Keniet

afbreking: Ke·niet [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: Ke·nie·ten  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: afleiding van 'Kajin/Kaïn';  

  lid van een nomadisch volk in of bij het Bijbelse land Israël-3 dat is voortgekomen uit Kajin (12x: Gen. 15:19, Num. 24:21, Recht. 1:16 +, 1 Sam. 15:6 +, 1 Kron. 2:55) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-