keppel

afbreking: kep·pel [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: kep·pels  
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  kapje, kalotje (gedragen door religieuze mannen) [ ? ]

zie ook: jarmoelke, kipa  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-