Keter Malchoet

afbreking: Ke·ter Mal·choet [ ? ]
  [uitspraak: Kèter] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'koningskroon';  

  titel van een gedicht van Sjlomo ben Jehoeda Ibn Gabirol, o.a. gezegd op Jom Kipoer [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-