Kirjat

Kirjat (1)

afbreking: Kir·jat [ ? ]
  [uitspraak: Kierjat] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'stad';  

  woord in samengestelde plaatsnamen [ ? ]

Kirjat (2)

afbreking: Kir·jat [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'plaats van (bossen)';  

  plaats bij de grens tussen de gebieden van Benjamin-3 en Juda-3; andere namen: Baäla-1, Jaär, Kirjat-Baäl, Kirjat-Arim, Kirjat-Jearim (Joz. 18:28) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Kirjat(3) [ ? ]

Kirjat (3)

afbreking: Kir·jat [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'plaats van (bossen)';  

  plaats bij de grens tussen de gebieden van Benjamin-3 en Juda-3; andere namen: Baäla(2)-1, Jaär, Kirjat-Baäl, Kirjat-Arim, Kirjat-Jearim (Joz. 18:28) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Kirjat(2) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-