kisjke

afbreking: kisj·ke [ ? ]
  [uitspraak: kiesjkə] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: kisj·kes
[uitspraak: kiesjkəs]
 
herkomst: Jiddisj [ ? ]

 
  1. kippenmaag;
  2. darm
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-