koved

afbreking: ko·ved [ ? ]
  [uitspraak: kovəd] [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  eer, prestige, decorum [ ? ]

verwant: Hebreeuws: kavod [ ? ]
zie ook: bekoved, lekoved  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-