Kus

afbreking: Kus [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

 
  1. land bij de Nijl ten zuiden van Egypte; in vertalingen ook: Morenland, Nubië, Ethiopië (23x: Gen. 2:13, 2 Kon. 19:9, Jes. 11:11 +, Jer. 46:9, Ez. 29:10 +, Nah. 3:9, Sef. 3:10, Ps. 68:32 +, Job 28:19, Est. 1:1 +);
  2. kleinzoon van Noach-1, eerste zoon van Cham-1 (6x: Gen. 10:6 +, 1 Kron. 1:8 +);
  3. afstammeling van Benjamin-1, mogelijk de Nubiër of Ethiopiër in 2 Sam. 18:21-32 (Ps. 7:1)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Koesj [ ? ]
zie ook: Kusiet  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-