Lachis

afbreking: La·chis [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

 
  1. oorspronkelijk Kanaänitische plaats in het heuvelland van het gebied van Juda-3 (24x: Joz. 10:3 +, 2 Kon. 18:14 +, Jes. 36:2 +, Jer. 34:7, Mi. 1:13, Neh. 11:30, 2 Kron. 11:9 +);
  2. tel bij Lachis-1 in het huidige Israël-7;
  3. plaats ten zuidoosten van Kirjat Gat in het huidige Israël-7
[ ? ]

  Lachis  
verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Lachiesj [ ? ]
spelling: spelling elders: Lakis  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-