Lag Baomer

afbreking: Lag Ba·o·mer [ ? ]
  [uitspraak: Lağ Baomer] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: '33 in de omer';  

  de 33ste dag van de omertelling op 18 iar, feestdag waarop de rouw van de omertijd wordt onderbroken, omdat volgens de traditie op die dag de pest ophield waaraan een groot aantal leerlingen van rabbi Akiva stierven [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-