lechajim

afbreking: le·cha·jim [ ? ]
  [uitspraak: ləchajiem] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'op het leven';  

  proost! (wens wanneer men iemand toedrinkt) [ ? ]

zie ook: chajiem  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-