Lech Lecha

afbreking: Lech Le·cha [ ? ]
  [uitspraak: Ləcha] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'ga jij';  

  woorden uit het begin, tevens naam van de perikoop Beresjiet 12:1-17:26 [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-