levaja

afbreking: le·va·ja [ ? ]
  [uitspraak: ləvaja] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: le·va·jot
[uitspraak: ləvajot]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  begrafenis, uitvaart [ ? ]

verwant: Jiddisj: levaje [ ? ]
zie ook: halvajat hameet  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-