levantador

afbreking: le·van·ta·dor [ ? ]
  [uitspraak: ləvantador] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: le·van·ta·do·res
[uitspraak: ləvantadores]
 
herkomst: Portugees [ ? ]
letterlijk: 'opheffer';  

  degene die de Tora optilt en toont (erefunctie) [ ? ]

zie ook: magbia  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-