leviatan

afbreking: le·vi·a·tan [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: le·vi·a·tans, le·vi·a·tans  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  reusachtig slangachtig waterdier uit de oertijd; in vertalingen vaak: krokodil (Jes. 27:1, Ps. 74:14, 104:26, Job 3:8, 40:25) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): livjatan [ ? ]
spelling: Groene Boekje 2005: leviathan(s)  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-