Maächat

Maächat (1)

afbreking: Ma·ä·chat [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

  gebied van de Maächatieten, ten zuidwesten van de Hermon; andere naam: Maächa-2 (Joz. 13:13) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Maächat(2) [ ? ]

Maächat (2)

afbreking: Ma·ä·chat [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  gebied van de Maächatieten, ten zuidwesten van de Hermon; andere naam: Maächa-2 (Joz. 13:13) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Maächat [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-