Machiriet

afbreking: Ma·chi·riet [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: Ma·chi·rie·ten  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: afleiding van 'Machier/Machir';  

  afstammeling van Machir-1 (Num. 26:29) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-