maftier

afbreking: maf·tier [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'afsluiter';  

 
  1. afsluitende verzen van de Toraperikoop in de synagoge;
  2. degene (voor wie deze verzen worden gelezen en) die de lezing uit de Profeten (haftara) doet
[ ? ]

zie ook: acharon, masjliem, samoech  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-