Mageen Avraham

afbreking: Ma·geen Avra·ham [ ? ]
  [uitspraak: Mağeen] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'schild van Avraham/Abraham';  

  standaardcommentaar op Orach Chajiem van Sjoelchan Aroech door Avraham Abele ben Chajiem Halevi Gombiner uit Kalisz (ca. 1637 - 1683) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-