Malki Tsedek

afbreking: Mal·ki Tse·dek [ ? ]
  [uitspraak: Tsèdek] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'mijn koning is gerechtigheid';  

  koning van Salem, priester van God (Gen. 14:18, Ps. 110:4; Griekse vorm 8x in NT) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Melchisedek [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-