Manoach

afbreking: Ma·no·ach [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) / Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'rustplaats';  

  afstammeling van Dan-1, vader van Simson (18x: Recht. 13:2 +) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-