mapach, mehoepach

afbreking: ma·pach, me·hoe·pach [ ? ]
  [uitspraak: məhoepach] [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  bepaald voordrachtteken bij woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT) [ ? ]

spelling: 'mapach, mehoepach' is een taalvariant (zie help 7.1.5)  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-