marchesjvan

afbreking: mar·chesj·van, mar·chesj·van [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  achtste maand van het joodse jaar, in oktober-november, tweede maand bij telling vanaf Rosj Hasjana [ ? ]

zie ook: chesjvan  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-