Mefiboset

afbreking: Me·fi·bo·set [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: vervorming van 'Meribbaäl', waarbij 'baäl' is vervangen door 'bosjet/boset', 'schande';  

 
  1. kleinzoon van Saul-1, zoon van Jonatan(2)-1, vader van Micha(2)-2; door een val kreupel; krijgt bescherming van David-1; andere naam: Meribbaäl (14x: 2 Sam. 4:4 +);
  2. een van de twee zonen van Saul-1 en Rispa (2 Sam. 21:8)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Mefivosjet [ ? ]
zie ook: Isboset, Jerubbeset  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-