Megido

afbreking: Me·gi·do, Me·gi·do [ ? ]
  [uitspraak: Məğido, Məğido] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

 
  1. oude Kanaänitische koningsstad in de vlakte van Jizreël; andere vorm in Zach. 12:11: Meggidon (12x: Joz. 12:21 +, Recht. 1:27 +, 1 Kon. 4:12 +, 2 Kon. 9:27 +, Zach. 12:11, 1 Kron. 7:29, 2 Kron. 35:22);
  2. uitgegraven tel op de plaats van Megiddo-1 in het huidige Israël-7
[ ? ]

  Megido  
verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Megiddo [ ? ]
zie ook: Armageddon  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-