Mesach

afbreking: Me·sach [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  Babylonische naam die Misaël-2 krijgt, een van de drie metgezellen van Daniël-2 (15x: Dan. 1:7 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Mesjach [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-