Mesjieëch

afbreking: Me·sjie·ëch [ ? ]
  [uitspraak: Məsjieəch] [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  Heilbrenger, Verlosser (toelichting bij masjiach) [ ? ]

verwant: Hebreeuws: masjiach;
Hebreeuws-Nederlands: messias, Messias
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-