Metuselach

afbreking: Me·tu·se·lach [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  nakomeling van Set, de derde zoon van Adam(2)-1 en Eva-1, zoon van Henoch-3, vader van Lamech-2, grootvader van Noach-1; bereikt de bijzonder hoge leeftijd van 969 jaar; uit het Latijn afkomstige naam in de cultuurtaal: Metusalem (6x: Gen. 5:21 +, 1 Kron. 1:3) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Metoesjelach [ ? ]
spelling: Groene Boekje 2005: Methusalem  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-