Mezoeza

afbreking: Me·zoe·za [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'deurpost';  

  een van de zogeheten 'kleine traktaten' uit de Talmoedische periode; over het maken en aanbrengen van de mezoeza [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-