mezoeza

mezoeza (1)

afbreking: me·zoe·za [ ? ]
  [uitspraak: məzoeza] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: me·zoe·zot
[uitspraak: məzoezot]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'deurpost';  

  kokertje aan deurpost met teksten uit het Bijbelboek Deuteronomium, om te herinneren aan de geboden [ ? ]

verwant: Asjkenazisch Hebreeuws: mezoezo;
Hebreeuws-Nederlands: mezoeza(2);
Jiddisj: mezoeze, mezozze
[ ? ]

mezoeza (2)

afbreking: me·zoe·za [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: me·zoe·za's  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]

  kokertje aan deurpost met teksten uit het Bijbelboek Deuteronomium, om te herinneren aan de geboden [ ? ]

verwant: Asjkenazisch Hebreeuws: mezoezo;
Hebreeuws: mezoeza;
Jiddisj: mezoeze, mezozze
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-