Michal

Michal (1)

afbreking: Mi·chal [ ? ]
  [uitspraak: Miechal] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: bekorting van 'Michaëel/Michaël';  

 
  1. dochter van Saul-1 en Achinoam-1, vrouw van David-1, later van Palti (18x: 1 Sam. 14:49 +, 2 Sam. 3:13 +, 2 Sam 21:8 met tekstkritiek, 1 Kron. 15:29);
  2. vrouwelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Michal(2) [ ? ]

Michal (2)

afbreking: Mi·chal [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: bekorting van 'Michaëel/Michaël';  

 
  1. dochter van Saul-1 en Achinoam-1, vrouw van David-1, later van Palti (18x: 1 Sam. 14:49 +, 2 Sam. 3:13 +, 2 Sam 21:8 met tekstkritiek, 1 Kron. 15:29);
  2. vrouwelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Michal [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-