Midjan

Midjan (1)

afbreking: Mid·jan [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

 
  1. zoon van Abraham-1 en Ketura (4x: Gen. 25:2 +, 1 Kron. 1:32 +);
  2. uit hem voortgekomen Arabisch volk en gebied van dat volk, ten noordoosten van de Rode Zee (55x: Gen. 36:35, Ex. 2:15 +, Num. 22:4 +, Joz. 13:21 +, Recht. 6:1 +, 1 Kon. 11:18, Jes. 9:3 +, Hab. 3:7, Ps. 83:10, 1 Kron. 1:46)
[ ? ]

  Midjan  
verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Midjan(2) [ ? ]
zie ook: Midjaniet  

Midjan (2)

afbreking: Mid·jan [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

 
  1. zoon van Abraham-1 en Ketura (4x: Gen. 25:2 +, 1 Kron. 1:32 +);
  2. uit hem voortgekomen Arabisch volk en gebied van dat volk, ten noordoosten van de Rode Zee (55x: Gen. 36:35, Ex. 2:15 +, Num. 22:4 +, Joz. 13:21 +, Recht. 6:1 +, 1 Kon. 11:18, Jes. 9:3 +, Hab. 3:7, Ps. 83:10, 1 Kron. 1:46)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Midjan [ ? ]
zie ook: Midjaniet  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-