mitswa

afbreking: mits·wa [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: mits·wot  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

 
  1. gebod;
  2. goede daad;
  3. erefunctie in de synagoge;
  4. begrafenis (Portugees-Israëlitisch)
[ ? ]

verwant: Jiddisj: mitswe [ ? ]
zie ook: bar mitswa, bat mitswa, hidoer mitswa, seoedat mitswa  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-