Moaviet

afbreking: Mo·a·viet [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: Mo·a·vie·ten  
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: afleiding van 'Moav/Moab';  

  lid van het volk of inwoner van het land Moab (6x: Deut. 2:11, +, Ezra 9:1, Neh. 13:1, 1 Kron. 11:46) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Moabiet [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-