Moëed

afbreking: Mo·ëed [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'feest, vaste tijd';  

  de tweede van de zes delen van de Misjna, over sjabbat en feestdagen [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-