Nachasj

afbreking: Na·chasj [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'slang';  

 
  1. koning van Ammon, vader van Chanun; wordt verslagen door Saul-1; mogelijk identiek met Nachas-3 (6x: 1 Sam. 11:1 +, 2 Sam. 10:2 + 1 Kron. 19:1 +);
  2. vader van Abigal; mogelijk identiek met Nachas-3 (2 Sam. 17:25);
  3. vader van Sobi; mogelijk identiek met Nachas-1 of Nachas-2 (2 Sam. 17:27)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Nachas [ ? ]
zie ook: Ier Nachasj  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-