Nasjiem

afbreking: Na·sjiem [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'vrouwen';  

  het derde van de zes delen van de Misjna, hoofdzakelijk over huwelijk en echtscheiding [ ? ]

zie ook: ezrat nasjiem, iesja  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-