Natan

Natan (1)

afbreking: Na·tan [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: '(de Heer/God) heeft gegeven';  

 
  1. een van de zonen die David-1 kreeg in Jeruzalem-1 (4x: 2 Sam. 5:14, Zach. 12:12, 1 Kron. 3:5, 14:4);
  2. profeet in de tijd van David-1, opvoeder van Salomo-1 (30x: 2 Sam. 7:2 +, 1 Kon. 1:8 +, Ps. 51:2, 1 Kron. 17:1 +, 2 Kron. 29:25, +);
  3. vader van Jigal, die hoort tot de helden van David-1; mogelijk identiek met Natan-8 (2 Sam. 23:36);
  4. vader van Azarjahu-2 en Zabud (1 Kon. 4:5);
  5. een van degenen die met Ezra-1 terugkeren uit de ballingschap in Babel-2, afgezant naar Iddo (Ezra 8:16);
  6. zoon van Bani, getrouwd met een uitheemse vrouw (Ezra 10:39);
  7. afstammeling van Juda-1, zoon van Attai, vader van Zabad (1 Kron. 2:36);
  8. broer van Joël-10, die hoort tot de helden van David-1; mogelijk identiek met Natan-3 (1 Kron. 11:38);
  9. mannelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Natan(2) [ ? ]
zie ook: Avot de Rabbi Natan  

Natan (2)

afbreking: Na·tan [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: '(de Heer/God) heeft gegeven';  

 
  1. een van de zonen die David-1 kreeg in Jeruzalem-1 (4x: 2 Sam. 5:14, Zach. 12:12, 1 Kron. 3:5, 14:4);
  2. profeet in de tijd van David-1, opvoeder van Salomo-1 (30x: 2 Sam. 7:2 +, 1 Kon. 1:8 +, Ps. 51:2, 1 Kron. 17:1 +, 2 Kron. 29:25, +);
  3. vader van Jigal, die hoort tot de helden van David-1; mogelijk identiek met Natan-8 (2 Sam. 23:36);
  4. vader van Azarjahu-2 en Zabud (1 Kon. 4:5);
  5. een van degenen die met Ezra(2)-1 terugkeren uit de ballingschap in Babel-2, afgezant naar Iddo (Ezra 8:16);
  6. zoon van Bani, getrouwd met een uitheemse vrouw (Ezra 10:39);
  7. afstammeling van Juda-1, zoon van Attai, vader van Zabad (1 Kron. 2:36);
  8. broer van Joël-10, die hoort tot de helden van David-1; mogelijk identiek met Natan-3 (1 Kron. 11:38);
  9. mannelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Natan [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-