Neer

afbreking: Neer [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

 
  1. afstammeling van Benjamin-1, zoon van Abiël, broer van Kis-1, vader van Abner, oom van Saul-1; mogelijk identiek met Ner-2 (13x: 1 Sam. 14:50 +, 2 Sam. 2:8 +, 1 Kon. 2:5 +, 1 Kron. 26:28);
  2. afstammeling van Benjamin-1, vader van Kis, grootvader van Saul-1; mogelijk identiek met Ner-1 (1 Kron. 8:33, 9:36, 9:39)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Ner [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-