Nevat

afbreking: Ne·vat [ ? ]
  [uitspraak: Nəvat] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

  afstammeling van Efraïm-1, vader van koning Jerobeam-1 van Israël-4 (25x: 1 Kon. 11:26 +, 2 Kon. 3:3 +, 2 Kron. 9:29 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Nebat [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-