Neviiem

afbreking: Ne·vi·iem [ ? ]
  [uitspraak: Nəviiem] [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  Profeten: tweede deel van de Tenach (de Hebreeuwse Bijbel, het OT), bestaande uit de Bijbelboeken Jehosjoea (Jozua), Sjoftiem (Rechters of Richteren), Sjmoeëel (Samuel), Melachiem (Koningen), Jesjajahoe (Jesaja), Jirmejahoe (Jeremia), Jechezkeel (Ezechiël), Hosjea (Hosea), Joëel (Joël), Amos, Ovadja (Obadja), Jona, Micha, Nachoem (Nahum), Chavakoek (Habakuk), Tsefanja (Sefanja), Chagai (Haggai), Zecharja (Zacharia) en Malachi (Maleachi) [ ? ]

zie ook: navi  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-