nigoen

afbreking: ni·goen [ ? ]
  [uitspraak: niğoen] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: ni·goe·niem
[uitspraak: niğoeniem]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  melodie, o.a. voor godsdienstige teksten als gebedsteksten [ ? ]

verwant: Hebreeuws: negina;
Jiddisj: nign
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-