noednik

noednik (1)

afbreking: noed·nik [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: noed·ni·kiem  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  zeurpiet, lastpost [ ? ]

verwant: Jiddisj: noednik(2) [ ? ]

noednik (2)

afbreking: noed·nik [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: noed·niks  
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  zeurpiet, lastpost [ ? ]

verwant: Hebreeuws: noednik [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-