Obed-Edom

afbreking: Obed-Edom [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'dienstknecht van Edom';  

 
  1. inwoner van Gat-1 in wiens huis de verbondsark drie maanden wordt ondergebracht; mogelijk in een aantal gevallen identiek met Obed-Edom-2 (9x: 2 Sam. 6:10 +, 1 Kron. 13:13 +);
  2. vervuller van enkele functies bij verbondsark en tempel, mogelijk in een aantal gevallen identiek met Obed-Edom-1, mogelijk een of meer anderen (11x: 1 Kron. 15:18, 15:21, 15:24, 16:5, 16:38, 26:4, 26:8, 26:15, 2 Kron. 25:24)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Oveed Edom [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-