Og

afbreking: Og [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) / Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  koning van Basan, evenals Sichon horend tot de Amorieten, een van de overgebleven Refaïeten; de Israëlieten verslaan hem als zij het land ten oosten van de Jordaan in bezit nemen (22x: Num. 21:33 +, Deut. 1:4 +, Joz. 2:10 +, 1 Kon. 4:19, Ps. 135:11 +, Neh. 9:22) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-