Onan

Onan (1)

afbreking: Onan [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

  tweede zoon van Juda-1 en de dochter van Sua, broer van Er, die de man is van Tamar-1 (8x: Gen. 38:4 +, Num. 26:19, 26:19, 1 Kron. 2:3) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Onan(2) [ ? ]

Onan (2)

afbreking: Onan [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  tweede zoon van Juda-1 en de dochter van Sua, broer van Er, die de man is van Tamar(2)-1 (8x: Gen. 38:4 +, Num. 26:19, 26:19, 1 Kron. 2:3) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Onan [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-