Orla

afbreking: Or·la [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'onbesnedenheid' (hier: verboden vruchten);  

 
  1. traktaat in het Misjnadeel Zeraïem, over het verbod om de vruchten van nieuwe vruchtbomen te gebruiken (Lev. 19:23-25);
  2. traktaat in de Talmoed Jeroesjalmi, over hetzelfde onderwerp
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-