Otniël

afbreking: Ot·ni·ël [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  zoon van Kenaz, man van Achsa, de dochter van zijn oom Kaleb; eerste van de rechters (leiders) van Israël-3 (Joz. 15:17, Recht. 1:13 +, 1 Kron. 4:13 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Otnieel [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-