Palestina

afbreking: Pa·les·ti·na [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Latijn [ ? ]

 
  1. in de Bijbel het land van de Filistijnen; andere naam in vertalingen: Filistea (8x: Ex. 15:14, Jes. 14:29 +, Joël 4:4, Ps. 60:10 +);
  2. in de Romeinse tijd aanduiding voor het hele land aan de zuidelijke oostkust van de Middellandse Zee, daarna de algemeen gebruikelijke;
  3. Brits mandaatgebied (1918-1948) waarvan Erets Jisraël deel uitmaakte;
  4. benaming voor het gebied waarop Palestijnen aanspraak maken
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-