passech

afbreking: pas·sech [ ? ]
  [uitspraak: passəch] [ ? ]
meervoud: pas·sechs
[uitspraak: passəchs]
 
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  bepaald schriftteken voor klinker met a-karakter [ ? ]

verwant: Hebreeuws: patach [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-