Pekach

afbreking: Pe·kach [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) / Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: '(de Heer) heeft geopend';  

  zoon van Remaljahu, opvolger van koning Pekachja van Israël-4 (11x: 2 Kon. 15:25 +, Jes. 7:1, 2 Kron. 28:6) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-